Sinds een paar weken begeleid ik een oudere dame met behulp van yogatherapie. Ze is een vrouw die haar hele leven hard gewerkt heeft als manager in de zorg en altijd klaar staat voor een ander. Maar nu haar lichaam haar in de steek laat doordat ze allerlei beperkingen heeft, kan ze niet meer toegeven aan die drive. Of beter geformuleerd; aan de gedachten van het willen of moeten van zichzelf. ‘Ik moet in beweging blijven want anders blijft er niets meer van mij over’; vertelt ze. Uit angst dat ze dan helemaal niets meer kan.
Grappige gezegde eigenlijk; ‘het lichaam laat me in de steek’. Het tegenovergestelde is waar. Wij laten namelijk onszelf in de steek. Het lichaam brengt je juist in de richting waar je heen moet om (je)zelf terug te vinden. Ik zou bijna zeggen; hoe meer het lichaam je in de steek laat, hoe meer je gedwongen wordt om op zoek te gaan naar je ware aard. En hierin is zoeken eigen niet het juiste woord. Er valt namelijk niets te zoeken want je Bent. Ongeacht de staat van het lichaam, beperkt of onbeperkt. Het lichaam loslaten; ofwel het beeld van het lichaam, is als de wolken die voorbij drijven waardoor de hemel zichtbaar wordt.
Terug naar Brigitte, zo noem ik haar voor haar privacy. We zitten tegenover elkaar en zakken in het veld van Zijn. Onbegrensd, moeiteloos aanwezig, zonder vorm of identificatie met het lichaam. Er is niets nodig en alles mag er zijn. Het Zijn blijft onaangeraakt door de verschijningen aan gedachten of sensaties zoals pijntjes en andere ongemakken in het lichaam.
Het ontspannen in dat onbegrensde veld, dat lukt haar wel. Maar gewoon in de tuin zitten, terwijl de rozen gesnoeid moeten worden en de bladeren opgeruimd, dat is ondenkbaar voor haar. Nee, eerst moet er gewerkt worden, alvorens ze haar kopje thee verdiend heeft. Want anders wordt het toch een puinhoop? Dan stort alles in, inclusief mijn aanzien, zo is de gedachte. Ah; controle, ego dus.
We oefenen in het zitten, terwijl de tuin in gedachten een puinhoop is. ‘Nee dat kan niet, dat is onmogelijk’; is haar gedachte. ‘Wat voel je dan’? is mijn vraag. ‘Onrust. ‘En waar voel je dat? In mijn buik, mijn hart. Blijf er maar bij’.
En zo voelt ze eindelijk wat ze al die jaren vermeden heeft. Dat gevoel van onrust was haar drive, de reden waarom ze altijd AAN staat. Om maar niet te hoeven toegeven aan dat onprettige gevoel.
De tuin is hier slechts een metafoor voor haar gedrag in het dagelijks leven. Haar hele leven was ze in controle. En de manier om haar zelfbeeld in stand te houden. Nu dat zelfbeeld (identificatie met het lichaam, voor anderen klaar staan, nuttig moeten zijn) langzaam op de achtergrond verdwijnt en het lichaam ontspant en verzacht, kan ze nog dieper zakken in het tijdloze, onbegrensde veld van Zijn. En is ze niet meer het slaafje van haar eigen tuin of andere dwanggedachten.
Ben je benieuwd wat jouw ‘tuin’ weerspiegelt? En wil je leren ontspannen te kunnen Zijn, onvoorwaardelijk? Kijk dan op mijn website hoe ik je begeleiden kan.

