We lijken massaal in de ban van een opgeruimd huis. Zo schiet het aantal opruimcoaches als paddenstoelen uit de grond, en heeft de Japanse opruimgoeroe Marie Kondo half Nederland aan het vouwen en rollen om de kledingkasten perfect geordend te krijgen. Wetenschappers bevestigen wat we allang vermoeden: een opgeruimd huis zorgt voor rust.

Door Olivia van de Lustgraaf, yogadocent en -therapeut

Niks mis mee, zou je zeggen. Maar wat als die rust afhankelijk wordt van een smetteloos huis? Dan blijf je schoonmaken om je goed te voelen. En dat kan dwangmatige vormen aannemen. In extreme gevallen spreken we zelfs van een dwangstoornis (OCD: obsessieve-compulsieve stoornis). Uit Amerikaans onderzoek onder 60 huishoudens blijkt zelfs dat een rommelig huis ons cortisolniveau verhoogt, wat leidt tot stress. Zo houden we onbewust een vicieuze cirkel in stand. Je kent het misschien wel: je ziet rondslingerende kleding, een aanrecht vol afwas en stoffige ramen. Help! Je voelt stress opkomen en grijpt direct naar de schoonmaakmiddelen. Zodra alles weer netjes is, voel je opluchting. Maar morgen begint het riedeltje opnieuw. Rommel. Opruimen. Schoonmaken. Rust. En dan weer van voren af aan.

Ik kan erover meepraten. Sinds onze verhuizing naar Brabant heb ik drie keer zoveel woonruimte als in de Randstad. Drie keer zoveel schoon te maken. En dus drie keer zoveel momenten van onrust. Terwijl ik hier juist ben komen wonen voor de rust! Maar is je rust echt afhankelijk van een opgeruimd huis? We horen vaak: “Opruimen en schoonmaken hoort er nu eenmaal bij.” Of: “Er zijn leuke en minder leuke dingen in het leven.” Maar besef je dat je hiermee eigenlijk zegt dat rust iets is wat je moet verdienen met een schoon huis? Wat als rust niet afhankelijk hoeft te zijn van iets buiten jezelf? Wat gebeurt er als je de drang om op te ruimen weerstaat? Je ziet de rommel, de stapels afwas, maar je laat alles liggen. Paniek! Je innerlijke stem roept: “Dit kan ik niet laten gebeuren!”

In mijn praktijk stelde ik een cliënt deze vraag: “Waarom niet? Wat is het ergste dat er kan gebeuren?” Ze bleef zitten, midden in de chaos, en voelde de onrust in haar lichaam. Eerst was er weerstand. Toen merkte ze een pijnlijke spanning in haar onderbuik op. Ze wilde ervan weg, het niet voelen. Maar door erbij te blijven met haar aandacht, werd de spanning langzaam minder. De pijn veranderde van vorm en verplaatste zich naar haar middenrif. Na een tijdje werd het een zachte, kleine bal. Nog voelbaar, maar niet langer verstikkend. Tegelijkertijd voelde ze ontspanning. Mijn cliënt zag in dat haar drang om op te ruimen niet over het huis ging, maar over het ontwijken van een innerlijk gevoel van onrust. Nu heeft ze een keuze: terugvallen in haar automatische patroon van opruimen of stilstaan bij wat ze werkelijk voelt.

Rust is geen resultaat van een perfect geordend huis. Rust is een staat van zijn – onafhankelijk van rondslingerende sokken, een volle wasmand of een niet gestofzuigde vloer. Wat de wetenschappers, coaches en goeroes ook zeggen: je hoeft geen slaaf te zijn van je eigen huis. En in de volgende sessie? Dan gaan we nóg dichter naar die innerlijke rust, die geen schoonmaakbeurt nodig heeft.